abonneer nu
Recensies

Vreemde constructie in ‘Kom hier dat ik u kus’

Geplaatst op maandag 18 maart 2019 15:44
  • ‘Kom hier dat ik u kus’. © Ben van Duin

pinterestmail

Meppel - De golf aan bewerkingen van romans tot een toneelversie is een beetje over zijn hoogtepunt heen. Daardoor kunnen we nu iets beter zien waar bij een dergelijke transformatie de grootste voor- en nadelen zitten. Een roman is altijd omvangrijker dan de toneelversie, dus dat biedt de mogelijkheid om wat wijdlopige teksten enigszins te stroomlijnen.

Voorstelling: Kom hier dat ik u kus. Tekst: Griet Op de Beeck. Bewerking: Janine Brogt. Spel o.a.: Sophie van Winden, Kirsten Mulder, Reinout Bussemaker, Dragan Bakema, Oda Spelbos. Regie: Mirjam Koen. Productie: Hummelinck Stuurman.
Locatie: Ogterop, Meppel
Waardering: **

Tevens kun je misschien wat ouderwets geworden taal moderniseren. Ook kun je op het toneel dingen visualiseren waar het boek, al dan niet noodgedwongen, veel tijd en ruimte aan moet spenderen. Dialogen kunnen in de gespeelde versie zich een grotere levendigheid verwerven of zelfs nuances aanbrengen die in het boek ontbreken. En, last but certainly not least, in de toneelbewerking gaat de stijl van het boek grotendeels verloren.

De toneelbewerking van Griet Op de Beecks succesvolle roman Kom hier dat ik u kus gaat nog een stap verder en voegt aan het aantal personages uit de roman er nog een toe en wel door de hoofdpersoon, Mona, op te splitsen in twee helften. Daarmee, zegt het programma, wordt duidelijk gemaakt hoezeer Mona voortdurend met zichzelf in discussie is Dat is ze zeker en dat is ook haar grote probleem. Ze probeert niet alleen de mensen om haar heen te gerieven, maar ook zichzelf en dat leidt soms tot een haast solipsistische tobberij, vooral in haar relatie met Louis, een man die in dit opzicht haar tegenpool is. Een weerwoord heeft Mona zelden. Maar waarom dat probleem niet te lijf gegaan met behulp van die oude vertrouwde toneeltechniek, de monoloog? De roman bevat monologen te over. Juist in een monoloog valt het verlammende van het niet kunnen kiezen, van het opgesloten zitten in jezelf prima duidelijk te maken.

Daar komt nog bij dat de toevoeging van een extra personage de voorstelling extra rommelig maakte. Vooral het eerste deel, dat speelde in de tijd dat Mona negen jaar was, verliep nogal chaotisch, mede doordat het gedrag van Mona’s kleine broertje Alexander, met veel gegil en geschreeuw, storend werkte. Alexanders uitbeelding was niet de enige simplificerende factor, ook de leider van het theatergezelschap Marcus en van Mona’s geliefde Louis werden nogal eenzijdig en met gebrek aan nuance gespeeld. Oda Spelbos maakte van de nood een deugd door haar zelfmedelijden zo breeduit te etaleren dat het weer grappig werd. Kirsten Mulder en Sophie van Winden vulden elkaar als helften van Mona uitstekend aan.

In haar boek tekent Griet Op de Beeck, die van huis uit dramaturg is en dus weet waar ze het over heeft, een meedogenloos portret van het theatergroepje waarin Mona als dramaturg fungeert. In de toneelbewerking zijn daar de scherpste kantjes van afgeslepen. Toch moedig dat dit gezelschap deze problematiek zo oppakt.

Rest de conclusie: lees liever het boek.

Theo de Jong

whatsappTip de redactie via WhatsApp! Voeg 'Meppeler Courant' toe als contact in uw telefoon, 06-5751 5176, en stuur ons uw tips, foto’s en video’s.